Statenvertaling · De wijngaard van Nabot
12Zij riepen een vasten uit; en zij zetten Naboth in de hoogste plaats des volks.
13Toen kwamen de twee mannen, zonen Belials, en zetten zich tegenover hem; en de mannen Belials getuigden tegen hem, tegen Naboth, voor het volk, zeggende: Naboth heeft God en den koning gezegend. En zij voerden hem buiten de stad, en stenigden hem met stenen, dat hij stierf.