1 Koningen 2:13-18

Statenvertaling · Salomo’s eerste regeringsdaden

13Toen kwam Adonia, de zoon van Haggith, tot Bathseba, de moeder van Salomo; en zij zeide: Is uw komst vrede? En hij zeide: Vrede.

14Daarna zeide hij: Ik heb een woord aan u. En zij zeide: Spreek.

15Hij zeide dan: Gij weet, dat het koninkrijk mijn was, en het ganse Israel zijn aangezicht op mij gezet had, dat ik koning zijn zou; hoewel het koninkrijk omgewend en mijns broeders geworden is; want het is van den HEERE hem geworden.

16En nu begeer ik van u een enige begeerte; wijs mijn aangezicht niet af. En zij zeide tot hem: Spreek.

17En hij zeide: Spreek toch tot den koning Salomo, want hij zal uw aangezicht niet afwijzen, dat hij mij Abisag, de Sunamietische, ter vrouwe geve.

18En Bathseba zeide: Het is goed, ik zal den koning voor u aanspreken.

Lees heel 1 Koningen 2 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Koningen 2:13-18 in de interactieve Bijbel →