Statenvertaling · Achabs dienaar Obadja ontmoet Elia
32En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads.
33En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout.
34En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male;
35Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water.