Statenvertaling · Het oordeel over Jerobeams huis
1Te dierzelfder tijd was Abia, de zoon van Jerobeam, krank.
2En Jerobeam zeide tot zijn huisvrouw: Maak u nu op, en verstel u, dat men niet merkte, dat gij Jerobeams huisvrouw zijt, en ga heen naar Silo, zie, daar is de profeet Ahia, die van mij gesproken heeft, dat ik koning zou zijn over dit volk.