Statenvertaling · Salomo’s afgoderij
8En alzo deed hij voor al zijn vreemde vrouwen, die haar goden rookten en offerden.
9Daarom vertoornde Zich de HEERE tegen Salomo, omdat hij zijn hart geneigd had van den HEERE, den God Israels, Die hem tweemaal verschenen was.
10En hem van deze zaak geboden had, dat hij andere goden niet zou nawandelen; doch hij hield niet, wat de HEERE geboden had.