Statenvertaling · Het bewaren van Christus’ geboden
8Wederom schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu.
9Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.