Zoet

Bijbels onderwerp · 6 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 8:21 21En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.

Leviticus 1:9 9Doch zijn ingewand, en zijn schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.

Leviticus 3:5 5En de zonen van Aaron zullen dat aansteken op het altaar, op het brandoffer, hetwelk op het hout zal zijn, dat op het vuur is; het is een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.

Psalmen 119:103 103Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!

Spreuken 24:13 13Eet honig, mijn zoon! want hij is goed, en honigzeem is zoet voor uw gehemelte.

Filippenzen 4:18 18Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →