Zegeningen van het huis

Bijbels onderwerp · 17 Bijbelteksten · Statenvertaling

2 Samuel 7:29 29Zo believe het U nu, en zegen het huis van Uw knecht, dat het in eeuwigheid voor uw aangezicht zij; want Gij, Heere HEERE, hebt het gesproken, en met Uw zegen zal het huis van Uw knecht gezegend worden in eeuwigheid.

Numeri 24:5 5Hoe goed zijn uw tenten, Jakob! uw woningen, Israel!

Jozua 24:15 15Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!

1 Samuel 25:6 6En zult alzo zeggen tot dien welvarende: Vrede zij u, en uw huize zij vrede, en alles, wat gij hebt, zij vrede!

1 Koningen 5:4 4Maar nu heeft de HEERE, mijn God, mij van rondom rust gegeven; er is geen tegenpartijder, en geen bejegening van kwaad.

1 Koningen 6:12 12Aangaande dit huis, dat gij bouwt, zo gij wandelt in Mijn inzettingen, en doet Mijn rechten, en onderhoudt al Mijn geboden, wandelende in dezelve; zo zal Ik Mijn woord met u bevestigen, dat Ik tot uw vader David gesproken heb;

Job 5:24 24En gij zult bevinden, dat uw tent in vrede is; en gij zult uw woning verzorgen, en zult niet feilen.

Psalmen 122:7 7Vrede zij in uw vesting, welvaren in uw paleizen.

Psalmen 147:14 14Die uw landpalen in vrede stelt; Hij verzadigt u met het vette der tarwe.

Spreuken 3:5-6 5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. 6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

Spreuken 3:33 33De vloek des HEEREN is in het huis des goddelozen; maar de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen.

Spreuken 14:1 1Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.

Spreuken 24:3-4 3Door wijsheid wordt een huis gebouwd, en door verstandigheid bevestigd; 4En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle kostelijk en liefelijk goed.

Jesaja 32:18 18En mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, en in welverzekerde woningen, en in stille geruste plaatsen.

Mattheüs 10:13 13En indien dat huis waardig is, zo kome uw vrede over hetzelve, maar indien het niet waardig is, zo kere uw vrede weder tot u.

Lucas 10:5 5En in wat huis gij zult ingaan, zegt eerst: Vrede zij dezen huize!

Efeziërs 4:2 2Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde;

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →