Zabad

Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Kronieken 2:36-37 36Attai nu gewon Nathan, en Nathan gewon Zabad, 37En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,

1 Kronieken 7:21 21En zijn zoon was Zabad; en zijn zoon Suthelah, en Ezer, en Elad. En de mannen van Gath, die in het land geboren waren, doodden hen, omdat zij afgekomen waren om hun vee te nemen.

1 Kronieken 11:41 41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

2 Kronieken 24:26 26Dezen nu zijn, die een verbintenis tegen hem maakten: Zabad, de zoon van Simeath, de Ammonietische, en Jozabad, de zoon van Simrith, de Moabietische.

Ezra 10:27 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

Ezra 10:33 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

Ezra 10:43 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →