Wenen: Terwijl men goed doet

Bijbels onderwerp · 1 Bijbeltekst · Statenvertaling

Psalmen 126:5-6 5Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. 6Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →