Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling
Johannes 2:3 3En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.
Johannes 2:6-7 6En aldaar waren zes stenen watervaten gesteld, naar de reiniging der Joden, elk houdende twee of drie metreten. 7Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.
Johannes 2:9-10 9Als nu de hofmeester het water, dat wijn geworden was, geproefd had (en hij wist niet, van waar de wijn was; maar de dienaren, die het water geschept hadden, wisten het), zo riep de hofmeester den bruidegom. 10En zeide tot hem: Alle man zet eerst den goeden wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan den minderen; maar gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard.
Johannes 2:1-2 1En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar. 2En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft.
Johannes 2:4-5 4Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen. 5Zijn moeder zeide tot de dienaars: Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat.
Johannes 2:8 8En Hij zeide tot hen: Schept nu, en draagt het tot den hofmeester; en zij droegen het.
Johannes 2:11 11Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.