Bijbels onderwerp · 3 Bijbelteksten · Statenvertaling
Mattheüs 24:41 41Er zullen twee vrouwen malen in den molen, de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden.
Genesis 18:6 6En Abraham haastte zich naar de tent tot Sara, en hij zeide: Haast u; kneed drie maten meelbloem, en maak koeken.
Spreuken 31:15-19 15Vau. En zij staat op, als het nog nacht is, en geeft haar huis spijze, en haar dienstmaagden het bescheiden deel. 16Zain. Zij denkt om een akker, en krijgt hem; van de vrucht harer handen plant zij een wijngaard. 17Cheth. Zij gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt haar armen. 18Teth. Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; haar lamp gaat des nachts niet uit. 19Jod. Zij steekt haar handen uit naar de spil, en haar handpalmen vatten den spinrok.