Vriendin en vriend

Bijbels onderwerp · 20 Bijbelteksten · Statenvertaling

Spreuken 4:23 23Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.

Spreuken 6:32 32Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;

Spreuken 18:22 22Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.

Jeremia 29:11 11Want Ik weet de gedachten, die Ik over u denk, spreekt de HEERE, gedachten des vredes, en niet des kwaads, dat Ik u geve het einde en de verwachting.

Mattheüs 5:28 28Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.

Lucas 6:46 46En wat noemt gij Mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg?

Johannes 14:15 15Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.

1 Korintiërs 6:18 18Vliedt de hoererij. Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.

1 Korintiërs 10:13 13Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.

1 Korintiërs 13:1 1Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

1 Korintiërs 13:4 4De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;

1 Korintiërs 15:33 33Dwaalt niet, kwade samensprekingen verderven goede zeden.

2 Korintiërs 6:14 14Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?

Efeziërs 5:31 31Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.

1 Tessalonicenzen 4:3-5 3Want dit is de wil van God, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij; 4Dat een iegelijk van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en eer; 5Niet in kwade beweging der begeerlijkheid, gelijk als de heidenen, die God niet kennen.

2 Timotheüs 3:1 1En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden.

Filemon 1:3 3Genade zij ulieden en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

Hebreeën 13:4 4Het huwelijk is eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt; maar hoereerders en overspelers zal God oordelen.

1 Johannes 1:9 9Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.

1 Johannes 3:18 18Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →