Bijbels onderwerp · 18 Bijbelteksten · Statenvertaling
Genesis 1:29 29En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
Genesis 48:15 15En hij zegende Jozef, en zeide: De God, voor Wiens aangezicht mijn vaders, Abraham en Izak, gewandeld hebben, die God, Die mij gevoed heeft, van dat ik was, tot op dezen dag;
Psalmen 104:14 14Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen.
Psalmen 136:25 25Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
Psalmen 147:9 9Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen.
Spreuken 30:8 8Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;
1 Timotheüs 4:3-5 3Verbiedende te huwelijken, gebiedende van spijzen te onthouden, die God geschapen heeft, tot nuttiging met dankzegging, voor de gelovigen, en die de waarheid hebben bekend. 4Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde; 5Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed.
Genesis 1:30 30Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
Genesis 9:3 3Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.
Psalmen 23:5 5Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.
Psalmen 103:5 5Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.
Psalmen 104:15 15En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.
Psalmen 111:5 5Teth. Hij heeft degenen, die Hem vrezen, spijs gegeven; Jod. Hij gedenkt in der eeuwigheid aan Zijn verbond.
Psalmen 145:15 15Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.
Jesaja 3:1 1Want ziet, de Heere, HEERE der heirscharen, zal van Jeruzalem en van Juda wegnemen den stok en den staf, allen stok des broods, en allen stok des waters;
Mattheüs 6:11 11Geef ons heden ons dagelijks brood.
Romeinen 14:14 14Ik weet en ben verzekerd in den Heere Jezus, dat geen ding onrein is in zichzelven; dan die acht iets onrein te zijn, die is het onrein.
Romeinen 14:21 21Het is goed geen vlees te eten, noch wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot, of geergerd wordt, of waarin hij zwak is.