Uzza

Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling

2 Koningen 21:18 18En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in den hof van zijn huis, in den hof van Uzza; en zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.

2 Koningen 21:26 26En men begroef hem in zijn graf, in den hof van Uzza; en zijn zoon Josia werd koning in zijn plaats.

1 Kronieken 6:29 29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

1 Kronieken 8:7 7En Naaman, en Ahia, en Gera; dezen voerde hij weg; en hij gewon Uzza en Ahihud.

Ezra 2:49 49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

Nehemia 7:51 51De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah;

1 Kronieken 13:7 7En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen uit het huis van Abinadab. Uza nu en Ahio leidden den wagen.

1 Kronieken 13:9-11 9Toen zij aan den dorsvloer van Chidon gekomen waren, zo strekte Uza zijn hand uit, om de ark te houden, want de runderen struikelden. 10Toen ontstak de toorn des HEEREN over Uza, en Hij sloeg hem, omdat hij zijn hand had uitgestrekt aan de ark; en hij stierf aldaar voor het aangezicht Gods. 11En David ontstak, dat de HEERE een scheur gescheurd had aan Uza; daarom noemde hij diezelve plaats Perez-Uza, tot op dezen dag.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →