Uw tijd wijs gebruiken

Bijbels onderwerp · 16 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 31:15 15Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.

Prediker 3:1 1Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd.

Romeinen 13:11 11En dit zeg ik te meer, dewijl wij de gelegenheid des tijds weten, dat het de ure is, dat wij nu uit den slaap opwaken; want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben.

1 Korintiërs 7:29 29Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende;

2 Korintiërs 6:2 2Want Hij zegt: In den aangenamen tijd heb Ik u verhoord, en in den dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!

Efeziërs 5:15-16 15Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. 16Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn.

Kolossenzen 4:5 5Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, den bekwamen tijd uitkopende.

Jakobus 4:14 14Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.

Psalmen 90:12 12Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.

Psalmen 127:2 2Het is tevergeefs, dat gijlieden vroeg opstaat, laat opblijft, eet brood der smarten; het is alzo, dat Hij het Zijn beminden als in den slaap geeft.

Spreuken 31:17-18 17Cheth. Zij gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt haar armen. 18Teth. Zij smaakt, dat haar koophandel goed is; haar lamp gaat des nachts niet uit.

Zefanja 1:14 14De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.

Lucas 14:1 1En het geschiedde, als Hij gekomen was in het huis van een der oversten der Farizeen, op den sabbat, om brood te eten, dat zij Hem waarnamen.

Johannes 17:4 4Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen;

Romeinen 12:1 1Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.

Jakobus 4:13 13Welaan nu gij, die daar zegt: Wij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen, en aldaar een jaar doorbrengen, en koopmanschap drijven, en winst doen.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →