Trouwe liefde

Bijbels onderwerp · 16 Bijbelteksten · Statenvertaling

Deuteronomium 7:9 9Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten.

Zefanja 3:17 17De HEERE uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.

Romeinen 5:8 8Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.

Efeziërs 2:4 4Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,

Hebreeën 13:1 1Dat de broederlijke liefde blijve.

1 Johannes 4:19 19Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.

Psalmen 51:1 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

Psalmen 86:15 15Maar Gij, Heere! zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid.

Psalmen 117:1-2 1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien! 2Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!

Psalmen 118:1 1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Psalmen 136:26 26Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Klaagliederen 3:22-23 22Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; 23Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.

1 Korintiërs 13:1 1Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

1 Korintiërs 13:4 4De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;

Efeziërs 2:5 5Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden)

Hebreeën 13:2-3 2Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd. 3Gedenkt der gevangenen, alsof gij mede gevangen waart; en dergenen, die kwalijk gehandeld worden, alsof gij ook zelven in het lichaam kwalijk gehandeld waart.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →