Bijbels onderwerp · 25 Bijbelteksten · Statenvertaling
Mattheüs 17:20 20En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.
Romeinen 5:1 1Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;
Romeinen 10:17 17Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.
1 Korintiërs 16:13 13Waakt, staat in het geloof, houdt u mannelijk, zijt sterk.
2 Korintiërs 5:7 7(Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)
Galaten 3:9 9Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.
Efeziërs 6:16 16Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.
1 Timotheüs 6:12 12Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen.
2 Timotheüs 4:7 7Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden;
Hebreeën 11:1 1Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.
Hebreeën 11:6 6Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.
Jakobus 1:3 3Wetende, dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt.
Jakobus 2:17-18 17Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood. 18Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen.
Psalmen 119:18 18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
Spreuken 3:5-6 5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. 6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
Jeremia 33:3 3Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.
Marcus 9:23 23En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.
Galaten 6:9 9Doch laat ons, goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.
1 Petrus 1:6 6In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen;
Hebreeën 10:23 23Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);
Judas 1:20 20Maar geliefden, bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, biddende in den Heiligen Geest;
Openbaring 2:10 10Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.
Deuteronomium 31:6 6Weest sterk en hebt goeden moed, en vreest niet, en verschrikt niet voor hun aangezicht; want het is de HEERE, uw God, Die met u gaat; Hij zal u niet begeven, noch u verlaten.
Jakobus 1:2 2Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt;
Jakobus 1:4 4Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk.
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →