Slecht gezelschap

Bijbels onderwerp · 14 Bijbelteksten · Statenvertaling

Spreuken 13:20 20Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.

Spreuken 28:7 7Die de wet bewaart, is een verstandig zoon; maar die der vraten metgezel is, beschaamt zijn vader.

1 Korintiërs 5:11 11Maar nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten.

Psalmen 1:1 1Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

Psalmen 26:4-5 4Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om. 5Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.

Spreuken 3:5-6 5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. 6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

Spreuken 14:7 7Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.

Spreuken 22:24-25 24Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man; 25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

1 Korintiërs 10:13 13Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.

1 Korintiërs 15:33 33Dwaalt niet, kwade samensprekingen verderven goede zeden.

2 Korintiërs 6:14 14Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?

Efeziërs 5:11 11En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer.

1 Johannes 2:15-17 15Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 16Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld. 17En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.

1 Johannes 4:1 1Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →