Bijbels onderwerp · 3 Bijbelteksten · Statenvertaling
Deuteronomium 25:3 3Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde.
Handelingen 16:22 22En de schare stond gezamenlijk tegen hen op; en de hoofdmannen, hun de klederen afgescheurd hebbende, bevalen hen te geselen.
Spreuken 23:13-14 13Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven. 14Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.