Safat

Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling

Numeri 13:5 5Van de stam van Simeon, Safat, de zoon van Hori.

1 Koningen 19:16 16Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.

1 Koningen 19:19 19Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.

2 Koningen 3:11 11En Josafat zeide: Is hier geen profeet des HEEREN, dat wij door hem den HEERE mochten vragen? Toen antwoordde een van de knechten des konings van Israel, en zeide: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water op Elia's handen goot.

2 Koningen 6:31 31En hij zeide: Zo doe mij God, en doe zo daartoe, indien het hoofd van Elisa, den zoon van Safat, heden op hem zal blijven staan!

1 Kronieken 3:22 22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.

1 Kronieken 5:12 12Joel was het hoofd; en Safam de tweede; maar Jaenai en Safat bleven in Basan.

1 Kronieken 27:29 29En over de runderen, die in Saron weidden, was Sitrai, de Saroniet; maar over de runderen in de laagten, was Safat, de zoon van Adlai.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →