Rehob

Bijbels onderwerp · 10 Bijbelteksten · Statenvertaling

Numeri 13:21 21Alzo trokken zij op, en verspiedden het land, van de woestijn Zin af tot Rechob toe, waar men gaat naar Hamath.

Jozua 19:28 28En Ebron, en Rehob, en Hammon, en Kana, tot aan groot Sidon.

Jozua 19:30 30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.

Jozua 21:31 31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

Rechters 1:31 31Aser verdreef de inwoners van Acco niet, noch de inwoners van Sidon, noch Achlab, noch Achsib, noch Chelba, noch Afik, noch Rechob;

2 Samuel 8:3 3David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heentoog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath.

2 Samuel 8:12 12Van Syrie, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.

2 Samuel 10:8 8En de kinderen Ammons togen uit, en stelden de slagorde voor de deur der poort; maar de Syriers van Zoba, en Rechob, en de mannen van Tob en Maacha waren bijzonder in het veld.

1 Kronieken 6:75 75En Hukok en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden.

Nehemia 10:11 11Micha, Rehob, Hasabja,

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →