Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling
Genesis 10:6 6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.
1 Kronieken 1:8 8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.
Ezechiël 27:10 10Perzen, en Lydiers, en Puteers waren in uw heir, uw krijgslieden; schild en helm hingen zij in u op, die maakten uw sieraad.
Nahum 3:9 9Morenland en Egypte waren haar macht, en er was geen einde; Put en Lybea waren tot uw hulp.
Jeremia 46:9 9Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.
Ezechiël 30:5 5Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.
Ezechiël 38:5 5Perzen, Moren en Puteers met hen, die altemaal schild en helm voeren;