Psalmen van David: Bij gelegenheid van het verplaatsen van de ark van het verbond

Bijbels onderwerp · 6 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Kronieken 16:7 7Te dienzelven dage gaf David ten eerste dezen psalm, om den HEERE te loven, door den dienst van Asaf, en zijn broederen.

1 Kronieken 16:9 9Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.

1 Kronieken 16:15-17 15Gedenkt tot in der eeuwigheid Zijns verbonds, des woords, dat Hij ingesteld heeft tot in het duizendste geslacht; 16Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak; 17Welken Hij ook aan Jakob heeft gesteld tot een inzetting, aan Israel tot een eeuwig verbond;

1 Kronieken 16:8 8Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

1 Kronieken 16:10-14 10Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; dat zich het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde. 11Vraagt naar den HEERE en Zijn sterkte, zoekt Zijn aangezicht geduriglijk. 12Gedenkt Zijner wonderwerken, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en de oordelen Zijns monds; 13Gij, zaad van Israel, Zijn dienaar, gij, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen! 14Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.

1 Kronieken 16:18-36 18Zeggende: Ik zal u het land Kanaan geven, een snoer van ulieder erfdeel; 19Als gij weinige mensen in getal waart; ja, weinigen en vreemdelingen daarin. 20En zij wandelden van volk tot volk, en van het ene koninkrijk tot een ander volk. 21Hij liet niemand toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende: 22Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad. 23Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag. 24Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken. 25Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden. 26Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt. 27Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en vrolijkheid zijn in Zijn plaats. 28Geeft den HEERE, gij, geslachten der volken, geeft den HEERE eer en sterkte. 29Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, brengt offer, en komt voor Zijn aangezicht; aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms. 30Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde. 31Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde verheuge zich, en dat men onder de heidenen zegge: De HEERE regeert. 32Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is. 33Dan zullen de bomen des wouds juichen voor het aangezicht des HEEREN, omdat Hij komt, om de aarde te richten. 34Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. 35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen. 36Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den HEERE.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →