Profeteren

Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Tessalonicenzen 5:20 20Veracht de profetieen niet.

Numeri 11:25-27 25Toen kwam de HEERE af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer. 26Maar twee mannen waren in het leger overgebleven; des enen naam was Eldad, en des anderen naam Medad; en die Geest rustte op hen (want zij waren onder de aangeschrevenen, hoewel zij tot de tent niet uitgegaan waren), en zij profeteerden in het leger. 27Toen liep een jongen heen, en boodschapte aan Mozes, en zeide: Eldad en Medad profeteren in het leger.

Ezechiël 37:4 4Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord.

Joël 2:28 28En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;

Romeinen 12:6 6Hebbende nu verscheidene gaven, naar de genade, die ons gegeven is,

1 Korintiërs 14:1 1Jaagt de liefde na, en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest, dat gij moogt profeteren.

1 Korintiërs 14:34-40 34Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. 35En zo zij iets willen leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken. 36Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen? 37Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijke, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn. 38Maar zo iemand onwetend is, die zij onwetend. 39Zo dan, broeders, ijvert om te profeteren, en verhindert niet in vreemde talen te spreken. 40Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →