Poortwachters: Zij dienden in vierentwintig afdelingen

Bijbels onderwerp · 2 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Kronieken 26:17-19 17Tegen het oosten waren zes Levieten; tegen het noorden des daags vier; tegen het zuiden des daags vier; maar bij de schatkameren twee en twee. 18Aan Parbar tegen het westen waren er vier bij den hogen weg, twee bij Parbar. 19Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.

1 Kronieken 26:13-16 13En zij wierpen de loten, zo de kleinen als de groten, naar hun vaderlijke huizen, tot elke poort. 14Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden; 15Obed-Edom tegen het zuiden; en voor zijn kinderen het huis der schatkameren. 16Suppim en Hosa tegen het westen, met de poort Schallechet, bij den opgaanden hogen weg, wacht tegenover wacht.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →