Paulus: Vertrekt naar Caesarea; gaat het huis van Filippus de evangelist binnen; wordt door de profeet Agabus gewaarschuwd niet naar Jeruzalem te gaan; toch gaat hij naar Jeruzalem

Bijbels onderwerp · 3 Bijbelteksten · Statenvertaling

Handelingen 21:8-13 8En des anderen daags, Paulus en wij, die met hem waren, gingen van daar en kwamen te Cesarea; en gegaan zijnde in het huis van Filippus, den evangelist (die een was van de zeven), bleven wij bij hem. 9Deze nu had vier dochters, nog maagden, die profeteerden. 10En als wij daar vele dagen gebleven waren, kwam er een zeker profeet af van Judea, met name Agabus; 11En hij kwam tot ons, en nam den gordel van Paulus, en zichzelven handen en voeten gebonden hebbende, zeide: Dit zegt de Heilige Geest: Den man, wiens deze gordel is, zullen de Joden alzo te Jeruzalem binden, en overleveren in de handen der heidenen. 12Als wij nu dit hoorden, baden beiden wij en die van die plaats waren, dat hij niet zou opgaan naar Jeruzalem. 13Maar Paulus antwoordde: Wat doet gij, dat gij weent, en mijn hart week maakt? Want ik ben bereid niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor den Naam van den Heere Jezus.

Handelingen 21:15 15En na die dagen maakten wij ons gereed, en gingen op naar Jeruzalem.

Handelingen 21:14 14En als hij zich niet liet afraden, hielden wij ons tevreden, zeggende: De wil des Heeren geschiede.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →