Ouderen

Bijbels onderwerp · 16 Bijbelteksten · Statenvertaling

Leviticus 19:32 32Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren; en gij zult vrezen voor uw God; Ik ben de HEERE!

Job 12:12 12In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand.

Psalmen 23:1 1Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.

Psalmen 37:25 25Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood.

Psalmen 51:10 10Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.

Psalmen 71:18 18Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.

Psalmen 91:16 16Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.

Psalmen 92:14 14Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.

Psalmen 100:1 1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.

Spreuken 16:31 31De grijsheid is een sierlijke kroon; zij wordt op den weg der gerechtigheid gevonden.

Spreuken 20:29 29Der jongelingen sieraad is hun kracht, en der ouden heerlijkheid is de grijsheid.

Jesaja 46:4 4En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.

Lucas 2:25 25En ziet, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezende; verwachtende de vertroosting Israels, en de Heilige Geest was op hem.

Johannes 3:1 1En er was een mens uit de Farizeen, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden;

2 Korintiërs 4:16 16Daarom vertragen wij niet; maar hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag.

Titus 2:1 1Doch gij, spreek hetgeen der gezonde leer betaamt.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →