Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling
Lucas 6:37 37En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden.
Johannes 7:24 24Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.
Romeinen 2:1-3 1Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen. 2En wij weten, dat het oordeel Gods naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen. 3En denkt gij dit, o mens, die oordeelt dengenen, die zulke dingen doen, en dezelve doet, dat gij het oordeel Gods zult ontvlieden?
1 Korintiërs 2:15 15Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden.
1 Korintiërs 6:3 3Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken, die dit leven aangaan?
1 Korintiërs 10:15 15Als tot verstandigen spreek ik; oordeelt gij, hetgeen ik zeg.
Jakobus 4:11 11Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander. Die van zijn broeder kwalijk spreekt en zijn broeder oordeelt, die spreekt kwalijk van de wet, en oordeelt de wet. Indien gij nu de wet oordeelt, zo zijt gij geen dader der wet, maar een rechter.
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →