Ofir

Bijbels onderwerp · 12 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 10:29 29En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.

1 Koningen 9:28 28En zij kwamen te Ofir, en haalden van daar aan goud, vierhonderd en twintig talenten, en brachten het tot den koning Salomo.

1 Koningen 10:11 11Verder ook de schepen van Hiram, die goud uit Ofir voerden, brachten uit Ofir zeer veel almuggimhout en kostelijk gesteente.

1 Koningen 22:48 48Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings.

1 Kronieken 1:23 23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

1 Kronieken 29:4 4Drie duizend talenten gouds, van het goud van Ofir, en zeven duizend talenten gelouterd zilver, om de wanden der huizen te overtrekken;

2 Kronieken 8:18 18En Huram zond hem, door de hand zijner knechten, schepen, mitsgaders knechten, kenners van de zee; en zij gingen met Salomo's knechten naar Ofir, en zij haalden van daar vierhonderd en vijftig talenten gouds, dewelke zij brachten tot den koning Salomo.

2 Kronieken 9:10 10Verder ook Hurams knechten, en Salomo's knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout en edelgesteente.

Job 22:24 24Dan zult gij het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij den rotssteen der beken;

Job 28:16 16Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.

Psalmen 45:9 9Al Uw klederen zijn mirre, en aloe, en kassie; uit de elpenbenen paleizen, van waar zij U verblijden.

Jesaja 13:12 12Ik zal maken, dat een man dierbaarder zal zijn dan dicht goud, en een mens dan fijn goud van Ofir.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →