Muziek in de eredienst

Bijbels onderwerp · 18 Bijbelteksten · Statenvertaling

Johannes 4:24 24God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.

2 Samuel 6:5 5En David en het ganse huis Israels speelden voor het aangezicht des HEEREN, met allerlei snarenspel van dennenhout, als met harpen, en met luiten, en met trommelen, ook met schellen, en met cimbalen.

2 Koningen 3:15 15Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde, als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam.

Psalmen 9:2 2Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.

Psalmen 33:3 3Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.

Psalmen 71:23 23Mijn lippen zullen juichen, wanneer ik U zal psalmzingen, en mijn ziel, die Gij verlost hebt.

Psalmen 95:1 1Komt, laat ons den HEERE vrolijk zingen; laat ons juichen den Rotssteen onzes heils.

Psalmen 100:1-2 1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE. 2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.

Psalmen 149:3 3Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.

Psalmen 150:1 1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!

Psalmen 150:4 4Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!

Mattheüs 26:30 30En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

Handelingen 16:25 25En omtrent den middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen en de gevangenen hoorden naar hen.

Romeinen 15:9 9En de heidenen God vanwege de barmhartigheid zouden verheerlijken; gelijk geschreven is: Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen.

Efeziërs 5:18-19 18En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest; 19Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart;

Kolossenzen 3:16 16Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.

Hebreeën 2:12 12Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.

Jakobus 5:13 13Is iemand onder u in lijden? Dat hij bidde. Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalmzinge.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →