Moeders en dochters

Bijbels onderwerp · 18 Bijbelteksten · Statenvertaling

Exodus 20:12 12Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.

Deuteronomium 5:16 16Eert uw vader, en uw moeder, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden, en opdat het u welga in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.

Spreuken 1:8 8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

Spreuken 20:20 20Wie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis.

Spreuken 23:22 22Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.

Jesaja 66:13 13Als een, dien zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten; ja, gij zult te Jeruzalem getroost worden.

Ezechiël 16:44 44Zie, een ieder, die spreekwoorden gebruikt, zal van u een spreekwoord gebruiken, zeggende: Zo de moeder is, is haar dochter.

Lucas 12:53 53De vader zal tegen den zoon verdeeld zijn, en de zoon tegen den vader; de moeder tegen de dochter; en de dochter tegen de moeder; de schoonmoeder tegen haar schoondochter, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.

Johannes 19:26 26Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel, dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.

Efeziërs 6:2 2Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte),

2 Timotheüs 1:5 5Als ik mij in gedachtenis breng het ongeveinsd geloof, dat in u is, hetwelk eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Lois, en in uw moeder Eunice; en ik ben verzekerd, dat het ook in u woont.

Psalmen 127:3 3Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.

Spreuken 1:9 9Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals.

Spreuken 22:6 6Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

Spreuken 31:25 25Ain. Sterkte en heerlijkheid zijn haar kleding; en zij lacht over den nakomenden dag.

Spreuken 31:28 28Koph. Haar kinderen staan op, en roemen haar welgelukzalig; ook haar man, en hij prijst haar, zeggende:

Efeziërs 6:1 1Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht.

Efeziërs 6:3 3Opdat het u welga, en dat gij lang leeft op de aarde.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →