Misael

Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling

Exodus 6:22 22En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.

Leviticus 10:4 4En Mozes riep Misael en Elzafan, de zonen van Uzziel, de oom van Aaron, en zeide tot hen: Treedt toe, draagt uw broederen weg, van voor het heiligdom tot buiten het leger.

Nehemia 8:4 4En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.

Daniël 1:6-7 6Onder dezelve nu waren uit de kinderen van Juda: Daniel, Hananja, Misael en Azarja. 7En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego.

Daniël 1:11 11Toen zeide Daniel tot Melzar, dien de overste der kamerlingen gesteld had over Daniel, Hananja, Misael en Azarja:

Daniël 1:19 19En de koning sprak met hen; doch er werd uit hen allen niemand gevonden, gelijk Daniel, Hananja, Misael en Azarja; en zij stonden voor het aangezicht des konings.

Daniël 2:17 17Toen ging Daniel naar zijn huis, en hij gaf de zaak zijn metgezellen, Hananja, Misael, en Azarja te kennen;

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →