Bijbels onderwerp · 2 Bijbelteksten · Statenvertaling
Deuteronomium 32:14 14Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.
Jesaja 7:21-22 21En het zal geschieden te dien dage, dat iemand een koetje in het leven zal behouden hebben, en twee schapen; 22En het zal geschieden, dat hij vanwege de veelheid der melk, die zij geven zullen, boter zal eten; ja, een ieder, die overgebleven zal zijn in het midden des lands, die zal boter en honig eten.