Man: Onbeduidendheid van

Bijbels onderwerp · 14 Bijbelteksten · Statenvertaling

Job 15:14 14Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?

Job 22:2 2Zal ook een man Gode voordelig zijn? Maar voor zichzelven zal de verstandige voordelig zijn.

Job 25:4 4Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God, en hoe zou hij zuiver zijn, die van een vrouw geboren is?

Job 25:6 6Hoeveel te min de mens, die een made is, en des mensen kind, die een worm is!

Job 35:8 8Uw goddeloosheid zou zijn tegen een man, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid voor eens mensen kind.

Psalmen 8:4 4Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;

Psalmen 144:3-4 3O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht? 4De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.

Job 4:18-19 18Zie, op Zijn knechten zou Hij niet vertrouwen; hoewel Hij in Zijn engelen klaarheid gesteld heeft. 19Hoeveel te min op degenen, die lemen huizen bewonen, welker grondslag in het stof is? Zij worden verbrijzeld voor de motten.

Job 22:3-5 3Is het voor den Almachtige nuttigheid, dat gij rechtvaardig zijt; of gewin, dat gij uw wegen volmaakt? 4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt? 5Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde?

Job 25:5 5Zie, tot de maan toe, en zij zal geen schijnsel geven; en de sterren zijn niet zuiver in Zijn ogen.

Job 35:2-7 2Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods? 3Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde? 4Ik zal u antwoord geven, en uw vrienden met u. 5Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij. 6Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem? 7Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?

Job 38:4 4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

Job 38:12-13 12Hebt gij van uw dagen den morgenstond geboden? Hebt gij den dageraad zijn plaats aangewezen; 13Opdat hij de einden der aarde vatten zou; en de goddelozen uit haar uitgeschud zouden worden?

Psalmen 8:3 3Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →