Linnen: Kleren

Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 41:42 42En Farao nam zijn ring van zijn hand af, en deed hem aan Jozefs hand, en liet hem fijne linnen klederen aantrekken, en legde hem een gouden keten aan zijn hals;

Jesaja 3:23 23De spiegels, en de fijn-linnen deksels, en de hulledoeken, en de sluiers.

Ezechiël 9:2 2En ziet, zes mannen kwamen van den weg der Hoge poort, die gekeerd is naar het noorden, en elkeen met zijn verpletterend wapen in zijn hand; en een man in het midden van hen was met linnen bekleed, en een schrijvers-inktkoker was aan zijn lenden; en zij kwamen in, en stonden bij het koperen altaar.

Ezechiël 16:10 10Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.

Ezechiël 16:13 13Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.

Lucas 16:19 19En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig.

Ezechiël 16:11-12 11Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals. 12Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →