Bijbels onderwerp · 4 Bijbelteksten · Statenvertaling
Job 41:1 1Zult gij den Leviathan met den angel trekken, of zijn tong met een koord, dat gij laat nederzinken?
Psalmen 74:14 14Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd; Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen.
Psalmen 104:26 26Daar wandelen de schepen, en de Leviathan, dien Gij geformeerd hebt, om daarin te spelen.
Jesaja 27:1 1Te dien dage zal de HEERE met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken den Leviathan, de langwemelende slang, ja, den Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal den draak, die in de zee is, doden.