Kus

Bijbels onderwerp · 10 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 27:26-27 26En zijn vader Izak zeide tot hem: Kom toch bij, en kus mij, mijn zoon! 27En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft.

2 Samuel 20:9 9En Joab zeide tot Amasa: Is het wel met u, mijn broeder? En Joab vatte met de rechterhand den baard van Amasa, om hem te kussen.

Mattheüs 26:48 48En die Hem verried, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem.

Lucas 22:48 48En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?

Romeinen 16:16 16Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten ulieden.

2 Korintiërs 13:12 12Groet elkander met een heiligen kus.

1 Tessalonicenzen 5:26 26Groet al de broeders met een heiligen kus.

1 Petrus 5:14 14Groet elkander met een kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus zijt. Amen.

Spreuken 24:26 26Men zal de lippen kussen desgenen, die rechte woorden antwoordt.

Hooglied 1:2 2Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.

Onderwerpen onder Kus

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →