Bijbels onderwerp · 16 Bijbelteksten · Statenvertaling
Exodus 35:18 18De nagelen des tabernakels, en de pennen des voorhofs, met derzelver zelen;
Exodus 39:40 40De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten, en het deksel van de poort des voorhofs, zijn zelen, en zijn pennen, en al het gereedschap van den dienst des tabernakels, tot de tent der samenkomst;
Rechters 15:13 13En zij spraken tot hem, zeggende: Neen, maar wij zullen u wel binden, en u in hunlieder hand overgeven; doch wij zullen u geenszins doden. En zij bonden hem met twee nieuwe touwen, en voerden hem op van de rots.
Job 36:8 8En zo zij, gebonden zijnde in boeien, vast gehouden worden met banden der ellende;
Psalmen 118:27 27De HEERE is God, Die ons licht gegeven heeft. Bindt het feest offer met touwen tot aan de hoornen van het altaar.
Spreuken 5:22 22Den goddeloze zullen zijn ongerechtigheden vangen, en met de banden zijner zonden zal hij vastgehouden worden.
Prediker 4:12 12En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.
Prediker 12:6 6Eer dat het zilveren koord ontketend wordt, en de gulden schaal in stukken gestoten wordt, en de kruik aan de springader gebroken wordt, en het rad aan den bornput in stukken gestoten wordt;
Jesaja 54:2 2Maak de plaats uwer tenten wijd, en dat men de gordijnen uwer woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in.
Hosea 11:4 4Ik trok ze met mensenzelen, met touwen der liefde, en was hun, als degenen, die het juk van op hun kinnebakken oplichten, en Ik reikte hem voeder toe.
Micha 2:5 5Daarom zult gij niemand hebben, die het snoer werpe in het lot, in de gemeente des HEEREN.
Psalmen 2:3 3Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.
Psalmen 129:4 4De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.
Psalmen 140:5 5Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.
Jesaja 5:18 18Wee dengenen, die de ongerechtigheid trekken met koorden der ijdelheid, en de zonde als met dikke wagenzelen!
Johannes 2:15 15En een gesel van touwtjes gemaakt hebbende, dreef Hij ze allen uit den tempel, ook de schapen en de ossen; en het geld der wisselaren stortte Hij uit, en keerde de tafelen om.