Kasteel

Bijbels onderwerp · 12 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 25:16 16Deze zijn de zonen van Ismael, en dit zijn hun namen, in hun dorpen en paleizen, twaalf vorsten naar hun volken.

Numeri 31:10 10Voorts al hun steden met hun woonplaatsen, en al hun burchten verbrandden zij met vuur.

1 Kronieken 11:5 5En de inwoners van Jebus zeiden tot David: Gij zult hier niet inkomen. David dan nog won den burg Sion, welke is de stad Davids.

1 Kronieken 11:7 7David nu woonde op den burg; daarom heet men dien de stad Davids.

2 Kronieken 17:12 12Alzo nam Josafat toe, en werd ten hoogste groot; daartoe bouwde hij in Juda burchten en schatsteden.

2 Kronieken 27:4 4Daartoe bouwde hij steden op het gebergte van Juda; en in de wouden bouwde hij burchten en torens.

Spreuken 18:19 19Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.

Handelingen 21:34 34En onder de schare riep de ene dit, de andere wat anders. Doch als hij de zekerheid niet kon weten vanwege de beroerte, beval hij, dat men hem in de legerplaats zou brengen.

Handelingen 21:37 37En als Paulus nu in de legerplaats zou geleid worden, zeide hij tot den overste: Is het mij geoorloofd tot u wat te spreken? En hij zeide: Kent gij Grieks?

Handelingen 23:10 10En als er grote tweedracht ontstaan was, de overste, vrezende, dat Paulus van hen verscheurd mocht worden, gebood, dat het krijgsvolk zou afkomen, en hem uit het midden van hen wegrukken, en in de legerplaats brengen.

Handelingen 23:16 16En als de zoon van Paulus' zuster deze lage gehoord had, kwam hij daar, en ging in de legerplaats, en boodschapte het Paulus.

Handelingen 23:32 32En des anderen daags, latende de ruiters met hem trekken, keerden zij wederom naar de legerplaats.

Onderwerpen onder Kasteel

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →