Kalf: Beelden van, opgericht te Bethel en Dan door Jerobeam

Bijbels onderwerp · 6 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Koningen 12:29-30 29En hij zette het ene te Beth-El, en het andere stelde hij te Dan. 30En deze zaak werd tot zonde; want het volk ging heen voor het ene, tot Dan toe.

1 Koningen 12:32 32En Jerobeam maakte een feest in de achtste maand, op den vijftienden dag der maand, gelijk het feest, dat in Juda was, en offerde op het altaar; van gelijken deed hij te Beth-El, offerende den kalveren, die hij gemaakt had; hij stelde ook te Beth-El priesteren der hoogten, die hij gemaakt had.

2 Koningen 10:29 29Maar van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed, na te volgen, week Jehu niet af, te weten, van de gouden kalveren, die te Beth-El en die te Dan waren.

1 Koningen 12:28 28Daarom hield de koning een raad, en maakte twee gouden kalveren; en hij zeide tot hen: Het is ulieden te veel om op te gaan naar Jeruzalem; zie uw goden, o Israel, die u uit Egypteland opgebracht hebben.

1 Koningen 12:31 31Hij maakte ook een huis der hoogten; en maakte priesteren van de geringsten des volks, die niet waren uit de zonen van Levi.

1 Koningen 12:33 33En hij offerde op het altaar, dat hij te Beth-El gemaakt had, op den vijftienden dag der achtste maand, der maand, dewelke hij uit zijn hart verdacht had; zo maakte hij den kinderen Israels een feest, en offerde op dat altaar, rokende.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →