Kaarsen branden

Bijbels onderwerp · 17 Bijbelteksten · Statenvertaling

Job 29:3 3Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde;

Psalmen 18:28 28Want Gij verlost het bedrukte volk, maar de hoge ogen vernedert Gij.

Spreuken 20:27 27De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.

Spreuken 24:20 20Want de kwade zal geen beloning hebben, de lamp der goddelozen zal uitgeblust worden.

Mattheüs 5:15 15Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn;

Marcus 4:21 21En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde?

Lucas 11:33 33En niemand, die een kaars ontsteekt, zet die in het verborgen, noch onder een koornmaat, maar op een kandelaar, opdat degenen, die inkomen, het licht zien mogen.

Psalmen 119:105 105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Mattheüs 5:16 16Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Marcus 4:22-23 22Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen. 23Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.

Marcus 13:21-23 21En alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus; of ziet, Hij is daar; gelooft het niet. 22Want er zullen valse christussen, en valse profeten opstaan, en zullen tekenen en wonderen doen, om te verleiden, indien het mogelijk ware, ook de uitverkorenen. 23Maar gijlieden ziet toe; ziet, Ik heb u alles voorzegd!

Johannes 1:1 1In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.

Johannes 3:16 16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Johannes 8:12 12Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.

Johannes 14:6 6Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.

2 Korintiërs 11:14 14En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts.

Openbaring 8:1 1En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →