Kaars

Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 18:28 28Want Gij verlost het bedrukte volk, maar de hoge ogen vernedert Gij.

Spreuken 20:27 27De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.

Spreuken 24:20 20Want de kwade zal geen beloning hebben, de lamp der goddelozen zal uitgeblust worden.

Mattheüs 5:15 15Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn;

Marcus 4:21 21En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde?

Lucas 11:33 33En niemand, die een kaars ontsteekt, zet die in het verborgen, noch onder een koornmaat, maar op een kandelaar, opdat degenen, die inkomen, het licht zien mogen.

Lucas 15:8 8Of wat vrouw, hebbende tien penningen, indien zij een penning verliest, ontsteekt niet een kaars, en keert het huis met bezemen, en zoekt naarstiglijk, totdat zij dien vindt?

Mattheüs 5:14-16 14Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn. 15Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn; 16Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →