Johannes: Zendt twee discipelen naar Jezus

Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling

Mattheüs 11:2 2En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen;

Mattheüs 11:4 4En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, hetgeen gij hoort en ziet:

Lucas 7:18-20 18En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen. 19En Johannes, zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen? 20En als de mannen tot Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U afgezonden, zeggende: Zijt Gij, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?

Lucas 7:22 22En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Gaat heen, en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt, namelijk dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, den armen het Evangelie verkondigd wordt.

Mattheüs 11:3 3En zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?

Mattheüs 11:5-6 5De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd. 6En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.

Lucas 7:21 21En in dezelfde ure genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten; en velen blinden gaf Hij het gezicht.

Lucas 7:23 23En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →