Jeruzalem: En

Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 122:3 3Jeruzalem is gebouwd, als een stad, die wel samengevoegd is;

Lucas 2:41 41En Zijn ouders reisden alle jaar naar Jeruzalem, op het feest van pascha.

Johannes 4:20 20Onze vaders hebben op deze berg aangebeden; en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.

Johannes 5:1 1Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.

Handelingen 18:21 21Maar hij nam afscheid van hen, zeggende: Ik moet ganselijk het toekomende feest te Jeruzalem houden; doch ik zal tot u wederkeren, zo God wil. En hij voer weg van Efeze.

Psalmen 122:4-5 4Waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEEREN, tot de getuigenis Israels, om den Naam des HEEREN te danken. 5Want daar zijn de stoelen des gerichts gezet, de stoelen van het huis van David.

Johannes 7:1-14 1En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden. 2En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij. 3Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet. 4Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld. 5Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem. 6Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid. 7De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn. 8Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld. 9En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea. 10Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen. 11De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij? 12En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare. 13Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden. 14Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.

Johannes 12:20 20En er waren sommige Grieken uit degenen, die opgekomen waren, opdat zij op het feest zouden aanbidden;

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →