Inwijding: Onderwerpen van de tabernakel

Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling

Numeri 7:1 1En het geschiedde ten dage, als Mozes geeindigd had den tabernakel op te richten, en dat hij dien gezalfd, en dien geheiligd had, en al zijn gereedschap, mitsgaders het altaar en al zijn gereedschap, en hij ze gezalfd, en dezelve geheiligd had;

Numeri 7:3 3En zij brachten hun offerande voor het aangezicht des HEEREN, zes overdekte wagens, en twaalf runderen; een wagen voor twee oversten, en een os voor elk een; en brachten ze voor den tabernakel.

Numeri 7:5 5Neem ze van hen, opdat zij zijn mogen om te bedienen den dienst van de tent der samenkomst; en gij zult dezelve den Levieten geven, een ieder naar zijn dienst.

Numeri 7:10-11 10En de oversten offerden ter inwijding des altaars, op den dag als hetzelve gezalfd werd; de oversten dan offerden hun offeranden voor het altaar. 11En de HEERE zeide tot Mozes: Elke overste zal, een iegelijk op zijn dag, zijn offerande offeren, ter inwijding des altaars.

Numeri 7:2 2Dat de oversten van Israel, de hoofden van het huis hunner vaderen, offerden; deze waren de oversten der stammen, die over de getelden stonden.

Numeri 7:4 4En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

Numeri 7:6-9 6Alzo nam Mozes die wagens, en die runderen, en gaf dezelve den Levieten. 7Twee wagens en vier runderen gaf hij den zonen van Gerson, naar hun dienst; 8En vier wagens en acht runderen gaf hij den zonen van Merari, naar hun dienst; onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester. 9Maar de zonen van Kohath gaf hij niet; want de dienst der heilige dingen was op hen, die zij op de schouderen droegen.

Numeri 7:12-50 12Die nu op den eersten dag zijn offerande offerde, was Nahesson, de zoon van Amminadab, voor den stam van Juda. 13En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 14Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 15Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 16Een geitenbok, ten zondoffer; 17En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nahesson, den zoon van Amminadab. 18Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar. 19Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 20En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 22Een geitenbok, ten zondoffer; 23En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar. 24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon. 25Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 26Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 27Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 28Een geitenbok, ten zondoffer; 29En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eliab, den zoon van Helon. 30Op den vierden dag offerde de overste der kinderen van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur. 31Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 32Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 33Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 34Een geitenbok, ten zondoffer; 35En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elizur, den zoon van Sedeur. 36Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai. 37Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 38Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 39Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 40Een geitenbok, ten zondoffer; 41En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai. 42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel. 43Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 44Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks; 45Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer; 46Een geitenbok, ten zondoffer; 47En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel. 48Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud. 49Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer; 50Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →