Bijbels onderwerp · 10 Bijbelteksten · Statenvertaling
1 Kronieken 9:12 12En Adaja, de zoon van Jeroham, den zoon van Pashur, den zoon van Malchija; en Massi, de zoon van Adiel, den zoon van Jahzera, den zoon van Mesullam, den zoon van Mesillemith, den zoon van Immer.
1 Kronieken 24:14 14Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,
Ezra 2:37 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.
Ezra 2:59 59Dezen togen ook op van Tel-melah, Tel-harsa, Cherub, Addan en Immer; doch zij konden hunner vaderen huis en hun zaad niet bewijzen, of zij uit Israel waren.
Ezra 10:20 20En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja.
Nehemia 3:29 29Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
Nehemia 7:40 40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;
Nehemia 7:61 61Ook togen dezen op van Thel-melah, Thel-harsa, Cherub, Addon en Immer; maar zij konden hunner vaderen huis, en hun zaad niet tonen, of zij uit Israel waren;
Nehemia 11:13 13En zijn broederen, hoofden der vaderen, waren tweehonderd twee en veertig. En Amassai, de zoon van Azareel, den zoon van Achzai, den zoon van Mesillemoth, den zoon van Immer;
Jeremia 20:1 1Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende,
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →