Bijbels onderwerp · 5 Bijbelteksten · Statenvertaling
1 Kronieken 11:21 21Uit die drie was hij geeerd boven de twee; daarom werd hij hun tot een overste; maar hij kwam tot aan de eerste drie niet.
1 Kronieken 12:34 34En uit Nafthali, duizend oversten, en bij hen met rondas en spies, zeven en dertig duizend.
2 Kronieken 17:14-15 14Dit nu is hun telling, naar de huizen hunner vaderen. In Juda waren oversten der duizenden: Adna de overste, en met hem waren driehonderd duizend kloeke helden. 15Naast hem nu was de overste Johanan; en met hem waren tweehonderd tachtig duizend;
Johannes 18:12 12De bende dan, en de overste over duizend, en de dienaars der Joden namen Jezus gezamenlijk, en bonden Hem;
2 Kronieken 17:16-19 16En naast hem was Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig den HEERE overgegeven had; en met hem waren tweehonderd duizend kloeke helden. 17En uit Benjamin was Eljada, een kloek held; en met hem tweehonderd duizend, die met boog en schild gewapend waren. 18En naast hem was Jozabad; en met hem waren honderd en tachtig duizend, ten krijge toegerust. 19Dezen waren in den dienst des konings; behalve degenen, die de koning in de vaste steden door gans Juda gezet had.