Bijbels onderwerp · 17 Bijbelteksten · Statenvertaling
Filippenzen 2:4 4Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is.
Spreuken 24:17 17Verblijd u niet als uw vijand valt; en als hij nederstruikelt, laat uw hart zich niet verheugen;
Mattheüs 6:14-15 14Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven. 15Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.
Mattheüs 7:12 12Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.
Lucas 6:31 31En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks.
Johannes 15:12 12Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u liefgehad heb.
Romeinen 12:10 10Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de ander voorgaande.
Romeinen 12:18 18Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen.
Romeinen 15:1-2 1Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen. 2Dat dan een iegelijk van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting.
1 Korintiërs 13:4 4De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
Efeziërs 4:29 29Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen.
Efeziërs 4:32 32Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.
Kolossenzen 3:12 12Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid;
1 Timotheüs 5:1 1Bestraf een ouden man niet hardelijk, maar vermaan hem als een vader; de jonge als broeders;
1 Petrus 2:17 17Eert een iegelijk; hebt de broederschap lief; vreest God; eert den koning.
1 Petrus 3:8 8En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk;
1 Johannes 4:20-21 20Indien iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft? 21En dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe.
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →