Heidenen: Hun land aan Israël gegeven

Bijbels onderwerp · 5 Bijbelteksten · Statenvertaling

Psalmen 78:55 55En Hij verdreef voor hun aangezicht de heidenen, en deed hen vallen in het snoer hunner erfenis, en deed de stammen Israels in hun tenten wonen.

Psalmen 105:44 44En Hij gaf hun de landen der heidenen, zodat zij in erfenis bezaten den arbeid der volken;

Psalmen 135:12 12En Hij gaf hun land ten erve, ten erve aan Zijn volk Israel.

Psalmen 136:21-22 21En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. 22Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Jesaja 54:1-3 1Zing vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, die geen barensnood gehad hebt! want de kinderen der eenzame zijn meer, dan de kinderen der getrouwde, zegt de HEERE. 2Maak de plaats uwer tenten wijd, en dat men de gordijnen uwer woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in. 3Want gij zult uitbreken ter rechterhand en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →